Dit was de verdienste van Muad'Dib: hij zag het onbewuste reservoir van elk individu als een slapende voorraad herinneringen die terugging tot de oercel van onze gemeenschappelijke Genesis. Elk van ons, zei hij, kan zijn afstand tot die gemeenschappelijke oorsprong meten. Doordat hij dit zag en erover sprak, maakte hij de stoutmoedige beslissende sprong. Muad'Dib stelde zichzelf tot taak het genetisch geheugen te integreren in de voortgaande evolutie. Zo brak hij door de sluiers van de Tijd heen en maakte hij toekomst en verleden tot een enkel ding. Dat was Muad'Dibs schepping die belichaamd is in zijn zoon en zijn dochter.
Testament van Arrakis door Harq al-Ada
A
Farad'n wandelde door de tuin van het vorstelijke paleis van zijn grootvader en zag zijn schaduw korter worden naarmate de zon van Salusa Secundus haar zenit bereikte. Hij moest zich een beetje inspannen om de lange Bashar die hem vergezelde bij te houden.
aIk twijfel, Tyekanik,' zei hij. 'O, ik zal niet ontkennen dat de troon me in zekere zin aantrekt, maara' Hij haalde eens diep adem. 'aik heb zo veel interesses.'
Tyekanik die net een heftige ruzie met Farad'ns moeder achter de rug had, keek de Prins van opzij aan en bedacht hoe stevig de jongen in zijn vlees kwam te zitten nu hij zijn achttiende verjaardag naderde. Met elke dag die verstreek kreeg hij steeds minder van Wensicia en steeds meer van de oude Shaddam, die aan zijn persoonlijke belangstellingssfeer de voorkeur had gegeven boven de verantwoordelijkheden van het vorst-zijn. Dat had hem uiteindelijk natuurlijk de troon gekost. Hij was een slap commandant geworden.
'U zult moeten kiezen,' zei Tyekanik. 'O, er zal ongetwijfeld wat tijd overblijven voor een aantal van uw interesses, maar...'
Farad'n beet op zijn onderlip. Zijn plicht hield hem hier, maar hij voelde zich gefrustreerd. Hij zou veel liever teruggaan naar de rotsenclave waar de proefnemingen met zandforel werden gedaan. Dat was nog eens een project met enorme mogelijkheden: als je de Atreides het specie-monopolie kon ontrukken, zou er van alles kunnen gebeuren.
'Je weet dus zeker dat die tweeling... verwijderd zal worden?'
aIk weet niets absoluut zeker, Prins, maar de vooruitzichten zijn goed.'
Farad'n haalde zijn schouders op. Moord bleef nu eenmaal een onderdeel van het leven van vorstelijke personen. De taal zat vol met de verschillende subtiele mogelijkheden om belangrijke figuren uit de weg te ruimen. In een enkel woord kon je onderscheid maken tussen vergif dat in drinken werd toegediend of vergif in het eten. Hij nam aan dat de Atreides-tweeling door middel van gif zou worden gedood. Het was geen aangename gedachte. De tweeling was volgens alle verhalen die hij had gehoord een interessant stel.
'Zouden we naar Arrakis moeten verhuizen?' vroeg Farad'n.
'Het is de beste keus omdat het ons op de plaats met de hoogste druk brengt.' Farad'n vermeed kennelijk een bepaalde vraag en Tyekanik vroeg zich af wat dat zou kunnen zijn.
aIk maak me zorgen, Tyekanik,' zei Farad'n toen ze een bocht in de haag passeerden en een fontein naderden die omgeven was door reusachtige zwarte rozen. Achter de hagen hoorde men tuinlieden knippen.
'Ja?' spoorde Tyekanik hem aan.
'Deze, eh, godsdienst die jij hebt aangenomen...'
'Daar is niets vreemds aan, Prins,' zei Tyekanik en hij hoopte dat zijn stem krachtig zou blijven klinken. 'Deze godsdienst spreekt de krijger in me aan. Het is een passende godsdienst voor een Sardaukar.' Dat was tenminste waar.
'Ja-a-a-a... Maar mijn moeder lijkt er zo mee in haar schik.' Die vervloekte Wensicia! dacht hij. Ze heeft haar zoon achterdochtig gemaakt.
'Het kan me niet schelen wat uw moeder denkt,' zei Tyekanik. 'Een mens z'n geloof is zijn eigen zaak. Misschien ziet ze hier iets in dat u op de troon kan helpen.'
'Dat dacht ik juist,' zei Farad'n.
Aha, dit is een scherpzinnige knaap! dacht Tyekanik. Hij zei: 'Bekijk zelf de godsdienst maar eens; dan zult u dadelijk zien waarom ik hem heb gekozen.'
'Toch... de prediking van Muad'Dib. Hij was tenslotte een Atreides.'
'Ik kan alleen maar zeggen dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn,' zei Tyekanik.
'Ik begrijp het. Zeg me eens, Tyek, waarom vroeg je eigenlijk juist nu of ik met je ging wandelen? Het is bijna middag en gewoonlijk ben je op dit tijdstip van de dag ergens heen in opdracht van mijn moeder.'
Tyekanik stond stil bij de stenen bank die uitzicht bood op de fontein met de grote rozen erachter. Het klaterende water kalmeerde hem en hij hield er onder het spreken zijn aandacht op gericht. 'Prins, ik heb iets gedaan dat uw moeder misschien niet zal bevallen.' En hij dacht: Als hij dat gelooft, lukt haar vervloekte plan. Tyekanik hoopte bijna dat het plan van Wensicia zou mislukken. Die verdomde Prediker hierheen halen. Xe was krankzinnig. Rn wat kostte het niet!
Toen Tyekanik zwijgend bleef afwachten, vroeg Farad'n: 'Goed dan, Tyek, wat heb je gedaan?'
'Ik heb een droomuitlegger hierheen gehaald,' zei Tyekanik.
Farad'n keek zijn metgezel scherp aan. Een aantal van de oudere Sardaukar speelden het spel van droomuitleg, en dat was toegenomen na hun nederlaag tegen die 'Hoogste Dromer', Muad'-Dib. Zij redeneerden dat er ergens in hun dromen een weg terug naar macht en roem kon liggen. Maar Tyekanik had dat spel altijd gemeden.
'Dat klinkt helemaal niet als iets voor jou, Tyek,' zei Farad'n.
'Dan kan ik alleen maar vanuit mijn nieuwe geloof spreken,' zei hij tegen de fontein. Ze hadden natuurlijk geriskeerd de Prediker hierheen te halen om over het geloof te kunnen spreken.
'Spreek dan vanuit dat geloof,' zei Farad'n.
'Zoals mijn Prins beveelt.' Hij draaide zich om en keek naar deze jeugdige eigenaar van alle dromen die nu uitgekristalliseerd waren in het pad dat het Geslacht Corrino zou volgen. 'Kerk en staat, Prins, ja zelfs wetenschappelijke rede en vertrouwen, en nog sterker: vooruitgang en traditieadie worden in de leer van Muad'Dib allemaal in verband gebracht. Hij onderwees dat er geen onverzoenlijke tegengestelden bestaan, behalve in de opvattingen van mensen en soms in hun dromen. Men ontdekt de toekomst in het verleden en beiden zijn een onderdeel van het geheel.'
Ondanks zijn twijfels die hij niet van zich af kon zetten, maakten deze woorden indruk op Farad'n. Hij hoorde een toon van schoorvoetende ernst in Tyekaniks stem, alsof de man tegen innerlijke weerstanden in sprak.
'En daarom heb je die... die droomuitlegger voor me meegenomen?'
'Ja, Prins. Misschien dringen uw dromen in de Tijd door. Als men het heelal als een samenhangend geheel beschouwt, herwint men zijn innerlijk bewustzijn. Uw dromen... tja...'
'Maar ik zeurde maar een beetje over mijn dromen,' protesteerde Farad'n. 'Ze zijn eigenaardig, anders niet. Ik had nooit verwacht dat jij...'
'Prins, niets dat u doet kan onbelangrijk zijn.'
'Dat is erg vleiend, Tyek. Geloof je werkelijk dat deze kerel in het hart van grote geheimen kan kijken?'
'Dat geloof ik, Prins.'
'Laat m'n moeder zich dan maar kwaad maken.' 'U wilt hem dus ontmoeten?'
'Natuurlijkaaangezien je hem hebt meegebracht om mijn moeder te ergeren.'
Houdt hij me voor de gek? vroeg Tyek zich af. En hij zei: 'Ik moet u wel waarschuwen dat de oude man een masker draagt. Het is een Ixiaans maaksel dat mensen zonder zicht in staat stelt met hun huid te zien.'
'Is hij dan blind?'
'Ja Prins.'
'Weet hij wie ik ben?'
'Dat heb ik hem verteld, Prins.'
'Uitstekend, laten we dan naar hem toegaan.'
'Als mijn Prins hier een ogenblik wil wachten, zal ik de man bij hem brengen.'
Farad'n keek rond in de tuin met de fontein en glimlachte. Deze plek was net zo goed als elke andere voor deze waanzin. 'Heb je hem verteld wat ik heb gedroomd?'
'Alleen in algemene bewoordingen, Prins. Hij zal u om een persoonlijk verslag vragen.'
'O, prima. Ik wacht hier wel. Haal de man maar.'
Farad'n draaide zich om en hoorde Tyekanik haastig weglopen. Net achter de heg zag hij een tuinman aan het werk; een stukje van een hoofd met een bruine pet en een flitsende schaar staken boven het groen uit. De beweging was fascinerend.
A
Die droomtoestand is onzin, dacht Farad'n. Het was fout van Tyek om dit te doen zonder mij te raadplegen. Vreemd dat Tyek op zijn leeftijd nog gelovig wordt. Rn nu die dromen.
Na enige tijd hoorde hij voetstappen achter zijn rug, de bekende pas vol zelfvertrouwen van Tyekanik en een wat slepende gang. Farad'n draaide zich om en staarde naar de naderende droomuitlegger. Het Ixiaanse masker was een zwart, gazig ding dat het gezicht van voorhoofd tot onder de kin bedekte. Er zaten geen oogspleten in het masker. Als men de Ixiaanse beweringen moest geloven was het hele masker A(c)A(c)n enkel oog.
Tyekanik bleef op twee passen afstand van Farad'n staan, maar de gemaskerde oude man naderde hem tot minder dan een pas.
'De droomuitlegger,' zei Tyekanik. Farad'n knikte.
De gemaskerde oude man hoestte op een grommende, verre manier, alsof hij iets uit zijn maag omhoog wilde brengen.
Farad'n rook heel scherp een zure specielucht aan de oude man. Die steeg op uit de lange grijze mantel die zijn lichaam omhulde.
aIs dat masker waarlijk een onderdeel van uw lichaam?' vroeg Farad'n, hoewel hij best doorhad dat hij het onderwerp dromen wilde uitstellen.
'Zolang ik het draag,' zei de oude man en zijn stem had een verbitterde bijklank en een heel licht Vrijmans accent. 'Uw droom,' zei hij. 'Vertel hem mij.'
Farad'n haalde zijn schouders op. Waarom niet? Daarvoor had Tyekanik de oude man meegenomen. Of niet soms? Farad'n begon te twijfelen en hij vroeg: 'Beoefent u waarlijk de droomuitlegging?'
'Ik ben gekomen om uw droom uit te leggen, Machtige Heer.'
Weer haalde Farad'n zijn schouders op. Deze gemaskerde figuur maakte hem zenuwachtig en hij keek naar Tyekanik, die met gekruiste armen naar de fontein staarde.
'Uw droom, dan,' drong de oude man aan.
Farad'n haalde diep adem en begon de droom te vertellen. Toen hij er eenmaal goed in was, ging het praten hem makkelijker af. Hij vertelde over het water dat uit de bron omhoog stroomde, over de werelden die als atomen in zijn hoofd ronddansten, over de slang die veranderde in een zandworm en ontplofte in een wolk van stof. Hij merkte tot zijn verbazing dat het verhaal over de slang hem tamelijk wat moeite kostte. Hij werd door een verschrikkelijke weerzin bevangen en dat maakte hem kwaad onder het praten.
De oude man bleef roerloos staan toen Farad'n eindelijk zweeg. Het zwarte gazen masker bewoog lichtjes met zijn ademhaling. Farad'n wachtte. De stilte duurde voort.
Na enige tijd vroeg Farad'n: 'Gaat u mijn droom niet uitleggen?'
'Ik heb hem uitgelegd,' zei hij en zijn stem leek wel van heel ver te komen.
'En?' Farad'n hoorde hoe zijn stem piepte en hij begreep welk een spanning zijn droom had veroorzaakt.
Nog steeds bleef de oude man stilletjes zwijgen.
'Vertel het me dan!' Zijn stem klonk duidelijk geA
aIk heb gezegd dat ik zou uitleggen,' zei de oude man. 'Ik heb niet afgesproken u mijn uitleg te vertellen.'
Zelfs Tyekanik kwam daardoor in beweging en zijn armen vielen met gebalde vuisten langs zijn zijden omlaag. 'Wat?' grauwde hij.
'Ik heb niet gezegd dat ik mijn uitleg zou openbaren,' zei de oude man.
'Wenst u meer loon?' vroeg Farad'n.
'Ik heb geen loon verlangd toen ik hierheen werd gebracht.' Een zekere kille trots in het antwoord verzachtte Farad'ns woede. Dit was in ieder geval een dappere oude man. Hij moest weten dat op ongehoorzaamheid de dood kon staan.
'Mag ik, Prins?' vroeg Tyekanik toen Farad'n iets wilde gaan zeggen. Toen: 'Wilt u ons vertellen waarom u uw uitleg niet wilt onthullen?'
'Ja zeker, Heren. De droom vertelt me dat het geen zin zou hebben deze zaken te verklaren.'
Farad'n kon zich niet beheersen. 'Bedoelt u dat ik de betekenis van de droom al ken?'
'Misschien wel, Heer, maar dat is niet mijn bedoeling.'
Tyekanik kwam naast Farad'n staan. Allebei staarden de oude man boos aan. 'Verklaar je nader,' zei Tyekanik.
'Juist,' zei Farad'n.
'Als ik over deze droom zou spreken, over die kwestie van water en stof, slangen en wormen, als ik de atomen zou onderzoeken die in uw hoofd ronddansen zoals in het mijneaach,
Machtige Heer, mijn woorden zouden u maar verwarren en u zou er op staan me verkeerd te begrijpen.'
'Bent u bang dat uw woorden me kwaad zullen maken?' vroeg Farad'n.
'Heer! U bent al boos.'
'Vertrouwt u ons misschien niet?' vroeg Tyekanik.
'Dat komt er erg dichtbij, Heer. Ik vertrouw u geen van beiden en wel om de eenvoudige reden dat u uzelf niet vertrouwt.'
'U komt gevaarlijk dicht bij de grens,' zei Tyekanik. 'Er zijn wel mensen gedood voor een gedrag dat minder onbetamelijk was dan dat van u.'
Farad'n knikte en zei: 'Maak ons niet kwaad.'
'De fatale gevolgen van de boosheid van een Corrino zijn mij terdege bekend, Heer van Salusa Secundus,' zei de oude man.
Tyekanik legde bezwerend zijn hand op Farad'ns arm en vroeg: 'Probeert u ons zover te krijgen dat we u doden?'
Farad'n had daar niet aan gedacht en hij voelde zich ijskoud worden bij de gedachte aan wat zulk gedrag zou kunnen betekenen. Was deze oude man die zichzelf de Prediker noemde... was hij meer dan hij leek? Wat zouden de gevolgen zijn van zijn dood? Martelaren konden gevaarlijke scheppingen zijn.
'Ik betwijfel dat u me zult doden, wat ik ook zeg,' zei de Prediker. 'Ik denk dat u mijn waarde kent, Bashar, en uw Prins begint er nu iets van te vermoeden.'
'U weigert dus absoluut zijn droom uit te leggen?' vroeg Tyekanik.
aIk heb hem uitgelegd.'
'En u wilt niet onthullen wat u erin ziet?'
'Neemt u me dat kwalijk, Heer?'
'Hoe kunt u voor mij waarde hebben?' vroeg Farad'n.
De Prediker stak zijn rechterhand uit. 'Als ik slechts met deze hand wenk komt Duncan Idaho aangesneld om me te gehoorzamen.'
'Wat is dat voor zinloze bluf?' vroeg Farad'n.
Maar Tyekanik schudde zijn hoofd en dacht aan zijn twist met Wensicia. Hij zei: 'Prins, het zou waar kunnen zijn. Deze Prediker heeft op Duin vele volgelingen.'
'Waarom heb je me niet verteld dat hij daar vandaan kwam?' vroeg Farad'n.
Voor Tyekanik antwoord kon geven, richtte de Prediker zich tot Farad'n: 'Heer, u moet zich niet schuldig voelen over Arrakis. U bent slechts een voortbrengsel van uw tijd. Dit is een bijzonder pleidooi dat elk mens kan houden als zijn schuldgevoelens hem bestormen.'
'Schuldgevoelens!' Farad'n was woedend.
De Prediker haalde alleen zijn schouders op.
Vreemd genoeg deed dat Farad'ns woede omslaan in plezier. Hij lachte en gooide zijn hoofd in zijn nek, wat hem een verbaasde blik van Tyekanik opleverde. Toen: 'Je bevalt me, Prediker.'
'Dat doet me genoegen, Prins,' zei de oude man.
Terwijl hij een grinnik onderdrukte, zei Farad'n: 'We zullen een appartement voor u zoeken hier in het paleis. U zult mijn officiA
'Dat kan ik niet doen, Prins.'
Zijn woede kwam gedeeltelijk terug. Farad'n keek kwaad naar het zwarte masker. 'En mag ik u misschien vragen waarom niet?'
'Prins,' zei Tyekanik terwijl hij weer zijn hand op Farad'ns arm legde.
'Wat is er, Tyek?'
'We hebben hem op een contractovereenkomst met het Gilde hierheen gehaald. Hij moet worden teruggebracht naar Duin.' 'Ik word teruggeroepen naar Arrakis,' zei de Prediker. 'Wie roept u terug?' wilde Farad'n weten. 'Een macht groter dan de uwe, Prins.'
Farad'n wierp Tyekanik een vragende blik toe. 'Spioneert hij voor Atreides?'
'Niet waarschijnlijk, Prins. Alia heeft een prijs op zijn hoofd gezet.'
'Als het niet de Atreides zijn die u terugroepen, wie roept u dan?' vroeg Farad'n en hij richtte zijn aandacht weer op de Prediker.
'Een macht groter dan die van de Atreides.'
Farad'n grinnikte onwillekeurig. Dit was alleen maar mystieke onzin. Hoe kon Tyek zich door zulke prietpraat laten bedriegen? Deze Prediker was teruggeroepenavast door een droom. En dromen waren toch helemaal niet belangrijk!
'Dit is tijdverspilling geweest, Tyek,' zei Farad'n. 'Waarom heb je deze... mop met me uitgehaald?'
'Er is hier een dubbele prijs aan verbonden, Prins,' zei Tyekanik. 'Deze droomuitlegger beloofde me dat hij Duncan Idaho een agent van het Geslacht Corrino zou maken. Het enige wat hij daarvoor vroeg was u te mogen ontmoeten om uw droom uit te leggen.' En Tyekanik voegde er in zichzelf aan toe: Dat vertelde hij tenminste tegen Wensicia! De Bashar werd door nieuwe twijfels overvallen.
'Waarom is mijn droom zo belangrijk voor u, oude man?' vroeg Farad'n.
'Uw droom vertelt me dat grote gebeurtenissen hun logische besluit naderen,' zei de Prediker. aIk moet snel terugkeren.'
Spottend zei Farad'n: 'En u blijft ondoorgrondelijk en geeft me geen raad.'
'Raad, Prins, is een gevaarlijk artikel. Maar ik wil er wel een paar woorden aan wagen die u mag opvatten als raad of als wat u maar wilt.'
'Graag,' zei Farad'n.
De Prediker bleef met zijn gemaskerde gezicht Farad'n strak aanstaren. 'Regeringen kunnen ontstaan of vallen door oorzaken die onbelangrijk lijken, Prins. Wat een kleine voorvalletjes! Een ruzie tussen twee vrouwen... uit welke richting de wind waait op een bepaalde dag... een nies, een kuch, de lengte van een kledingstuk of heel toevallig een zandkorrel in het oog van een hoveling. Het zijn niet altijd de majestueuze zorgen van vorstelijke ministers die de loop der geschiedenis dicteren en net zomin is het noodzakelijk dat de gewichtigdoenerij van priesters de hand van God stuurt.'
Farad'n merkte dat hij door deze woorden diep ontroerd was en hij kon zijn emotie niet verklaren.
Maar Tyekanik had zich in een zinsnede vastgebeten. Waarom sprak deze Prediker over een kledingstuk? Tyekanik dacht aan de vorstelijke kostuums die aan de Atreides-tweeling waren gestuurd en aan de tijgers die geoefend waren om hen aan te vallen. Liet deze oude man hier een subtiele waarschuwing horen? Hoeveel wist hij?
'Hoe kan dit raad zijn?' vroeg Farad'n.
'Als je wilt slagen,' zei de Prediker, 'moet je je strategie beperken tot de plaats waar hij wordt toegepast. Waar past men strategie toe? Op een bepaalde plaats en met een bepaald volk in gedachten. Maar zelfs met de grootste zorg voor kleinigheden, zal u een klein onderdeeltje waaraan geen enkel belang wordt gehecht, ontgaan. Kunt u uw strategie terugbrengen, Prins, tot de ambities van de vrouw van een provincie gouverneur?'
Met een kille stem kwam Tyekanik er tussen: 'Waarom blijft u zo hameren op strategie, Prediker? Wat denkt u dat mijn Prins wil hebben?'
'Hij wordt ertoe gebracht een troon te verlangen,' zei de Prediker. 'Ik wens hem veel geluk, maar hij zal veel meer nodig hebben dan geluk.'
'Dit zijn gevaarlijke woorden,' zei Farad'n. 'Hoe komt het dat u zulke woorden durft uitspreken?'
'Ambities hebben de neiging onberoerd te blijven door de werkelijkheid,' zei de Prediker. 'Ik durf zulke woorden te zeggen omdat u zich op een kruispunt bevindt. U kunt bewonderenswaardig worden. Maar nu bent u omringd door personen die geen morele rechtvaardiging zoeken, door raadslieden die erg gericht zijn op strategie. U bent jong en sterk en taai, maar u n' ; een zekere gerijpte ervaring waardoor uw karakter zich zou kunnen ontwikkelen. Dit is treurig omdat u zwakheden hebt waarvan ik de dimensies al heb beschreven.'
'Wat bedoelt u?' vroeg Tyekanik.
'Zeg nu even niets,' zei Farad'n. 'Wat is dat voor zwakte?'
'U hebt geen enkele gedachte gewijd aan het soort maatschappij waaraan u de voorkeur zou geven,' zei de Prediker. 'U overweegt de hoop van uw onderdanen niet. Zelfs de afmetingen van het grote Rijk waarnaar u streeft hebben in uw verbeelding weinig vorm.' Hij draaide zijn gemaskerde gezicht in de richting van Tyekanik. 'U heeft uw oog op de macht, niet op het subtiele gebruik en gevaar ervan. Uw toekomst is dus gevuld met overduidelijke onbekenden: met ruziA
Farad'n bleef de oude man lang aankijken en hij vroeg zich af wat de diepere betekenis was achter deze gedachten, en hij verwonderde zich erover dat de oude man zoveel nadruk legde op zulke onfatsoenlijke begrippen. Moraal! Maatschappelijke doelstellingen! Dat waren mythen die je op A(c)A(c)n lijn met het geloof in een opwaartse beweging van de evolutie kon stellen.
Tyekanik zei: 'We hebben genoeg woorden gehoord. Hoe zit het met de afgesproken prijs, Prediker?'
'Duncan Idaho is voor u,' zei de Prediker. 'Gebruik hem een beetje voorzichtig. Hij is een kostbaar juweel.'
'O, we hebben een passende opdracht voor hem,' zei Tyekanik. Hij keek naar Farad'n. 'Met uw verlof, Prins?'
'Stuur hem weg voor ik van gedachten verander,' zei Farad'n. Toen keek hij Tyekanik kwaad aan en zei: 'De manier waarop je mij hebt gebruikt, bevalt me helemaal niet, Tyek!'
'Vergeef hem, Prins,' zei de Prediker. 'Uw trouwe Bashar doet Gods wil zonder het ook maar enigszins te beseffen.' De Prediker boog en vertrok en Tyekanik holde achter hem aan om hem weg te brengen.
Farad'n keek de verdwijnende ruggen na en dacht: Ik moet die godsdienst die Tyekanik omhelst eens bestuderen. En hij lachte spijtig. Wat een droomuitlegger] Maar wat geeft het. Mijn droom was niet belangrijk.